Geschiedenis

Staffordshire-bulterriër

Hoewel de bulterriër vanouds gebruikt werd als een (niet raszuivere) huishond en erfbewaker, is de geschiedenis van de bulterriër niet los te denken van hondengevechten (hond tegen hond, hond tegen beer, hond tegen stier = bull). In Engeland waren vooral de hond-stiergevechten zeer in trek bij een zeker publiek. Begin 19e eeuw daalde de belangstelling hiervoor; in 1835 werden de gevechten definitief verboden (Human Ethics Act). Vanaf nu werden er weddenschappen op hond-hond- en hond-ratgevechten afgesloten.

De ‘oude’ buldogs bleken te langzaam en te zwaar voor de hondengevechten: zij waren meer geschikt voor het vechten tegen stieren. Hun uiterlijk week sterk af van de huidige rashond: aanzienlijk groter, minder gedrongen, en een stuk zwaarder.

Fokkers begonnen na 1835 met systematisch kruisen op bouw en mentaliteit waardoor de nakomelingen “geschikt” werden voor de “vechtkuil” (Eng. ‘pit’ = kuil) en de pitbullterriër ontstond. Deze honden zijn kleiner, slanker en sneller dan de oude buldogs en konden in een meer flitsende actie vechten.

Het is lastig traceerbaar welke rassen indertijd voor het kruisen werden gebruikt. Er is onder andere sprake van terriërs. Er heerst veel spraakverwarring over de benaming “terriër”: indertijd werden ook veel jachthonden van onbekende herkomst onder de noemer “terriër” gerangschikt. Wel is het zo goed als zeker dat de English White Terrier, deBlack and Tan Terrier uit de streken rond Manchester en de bekende foxterriër bijdroegen aan de hond die uiteindelijk de naam staffordshirer zou krijgen.

In 1860 kruiste een fokker uit Birmingham opnieuw een staffordshire-bulterriër met de English White Terrier, vervolgens met de pointer en de dalmatische hond. Dit resulteerde in een wit hondenras dat “White Bull Terrier” werd genoemd. Dit ras staat dan weer aan het begin van de huidige bulterriër. Vervolgens werd dit ras opnieuw gekruist met een staffordshire-bulterriër om zo een nieuwe kleur in te fokken.

Karakter

De Amerikaanse stafford is een lieve en speelse hond en is soms net een clown . Hij is dol op dolle spelletjes en gekke fratsen. Het verbaast dan ook niet dat deze clown erg goed kan opschieten met kinderen. Door zijn hoge pijngrens kan hij ook veel van hen verdragen en zal hij niet snel van zich afbijten, wanneer een oncontroleerbare kinderhand hem onverwachts raakt. Toch is het belangrijk om je kinderen aan te leren hoe ze respectvol met honden kunnen omgaan en mag je je staff nooit alleen laten met je kroost. Een staff in huis impliceert dat je lachspieren dagelijks een workout krijgen. Hun clowneske gedrag en speelse aard blijven ze tot op late leeftijd behouden. Een tienjarige stafford die rondrent als een pup is geen uitzondering. Amstaffs worden trouwens pas ‘volwassen’ beschouwd rond de leeftijd van twee tot drie jaar. Als baasje beschik je dus maar beter over engelengeduld! Zijn baas betekent alles voor hem, maar ook andere gezinsleden kunnen levenslang rekenen op de onvoorwaardelijke liefde en trouw van dit haantje-de-voorste. Sommige exemplaren vergeten wel eens hoe groot ze zijn en willen knus bij hun baasje op de schoot kruipen. Een mensenvriend in hart en nieren dus! Baasjes kennen het fenomeen wellicht wel: wanneer ze na een korte boodschap weer thuiskomen, krijgen ze een overenthousiaste staffordzoen! Toch krijg je dat gouden karakter niet op een zilveren schoteltje aangeboden. Veel hangt af van het baasje!